Ronald falke

Vrij Parkeren

Onafhankelijk, subjectief
en structureel dwars

Het Mysterie

Het grote Mysterie

In zijn Kritiek van de praktische rede geeft Kant zijn interpretatie van een christelijk gebod. In één zin: “God liefhebben betekent zijn geboden graag doen.”
Nu ben ik bepaald niet van de gelovige. Integendeel, ik ben een rete-rationeel mens. Wat de ene mens benoemt als god (geen eigennaam, maar een opperwezen) benoem ik als de wens om zélf een prettige wereld om mij heen te creëren. En in die zin ben ik dus zélf de schepper. Ik ben zélf god. Ieder mens is schepper van zijn eigen wereld, ieder mens is god. Als ik op goede dag mijn buren ergens mee help, of gewoon goede gesprekken mee voer, oprechte interesse toon, dan krijg ik dat op een andere goede dag terug. Als ik iemand in mijn leefomgeving hartstikke negeer, of die persoon zelfs een poot uittrek als ik aan hem of haar mijn auto verkoop , dan heb ik een bron van negativiteit in de straat, in mijn wereld. En ik ben er zelf verantwoordelijk voor. Ik heb dat voor een groot gedeelte zelf in de hand. Dat is mijn verantwoordelijkheid, die negativiteit komt voort uit de kwaliteit van mijn schepping. Een negativiteit die makkelijk om te keren is in een positieve relatie. Ook dat is mijn eigen verantwoordelijkheid en het is niet moeilijk. Je hoeft niet met iedereen intensieve relaties op te bouwen, je hoeft niet met iedereen uit je straat iedere dag koffie te drinken of het bed te delen, maar je kunt er wel voor zorgen dat, op momenten die er om welke reden dan ook toe doen, dat je in gesprek kunt gaan. En over van alles en nog wat afspraken maken, dingen samen doen. Of gewoon, elkaar respecteren. Je hoeft elkaar niet eens aardig te vinden.  Eigenlijk zou ik willen dat iedere gelovige zo in het leven staat, in zijn godsdienst. Je kunt een godsbeeld creëren, een ideaal ‘mens’ en daar dan tegen aanbidden om iets gedaan of veranderd te krijgen in het leven. Er zijn in een ver verleden boeken geschreven door mensen, die zeggen geschreven te hebben uit de naam van een opperwezen.  En die iemand namens wie we de boeken werden geschiedenis is dan inmiddels een entiteit geworden, althans in de hoofden van de gelovige lezers. Niet zomaar een entiteit, maar een opperwezen, een in alles een perfecte superpersoon. Een  modelmens die alles heeft gemaakt (het heelal, de sterren, de planeten, de zon, de maan, en dus ook de Aarde en alles wat op de aarde te vinden is. Alle leefvormen, alle grondstoffen, het water, de lucht en vooral: tadaaa!! De Mens. Het opperwezen schiep de mens, naar zijn evenbeeld, zo vertelt het grote boek en dus heeft de levenscheppende kunstenaar avant-la-lettre model gestaan voor de mensachtige van vlees en bloed. Deze kunstenaar, de creator van alles wat is, wordt De Schepper genoemd. En de vraag rijst dan: wie schiep de schepper. Deze vraag is simpelweg niet te beantwoorden en wordt in de wetenschap het ‘regressie-probleem’ genoemd. Op Sylvia Wenmackers legt het op haar website als volgt uit:

“Om het regressieprobleem aanschouwelijk te maken, kunnen e gebruik maken van een frivool voorbeeld: in een oud mythologisch wereldbeeld rust de (platte) aarde op de rug van een giganische schildpad (soms ook een olifant). Dan kun je je de vraag stellen waar die schildpad dan op rust. Op andere schildpadden mischien? Als je hier “ja” op antwoordt, dreig je in een oneindige regressie te belanden, omdat je dan voor elke volgende schildpad hetzelfde kunt beweren.Uiteindelijk is de conclusie: it’s turtles all the way down.”

Alleen al vanuit het wetenschappelijk denken is het interessant om er achter te komen of er er een got bestaat en hoe je dat dan bewijst. Op de website van een soort zendelingengenootschap Got questions Ministries (www.gotquestions.org) biedt de volgende logica een verklaring:

We weten dat uit niets niets kan ontstaan. Dus als er ooit een tijd was, waarin er helemaal niets bestond, dan zou er ook nooit iets hebben kunnen zijn begonnen te bestaan. Maar er bestaan dingen. Dus, omdat er nooit absoluut niets zou kunnen hebben bestaan, moet er iets zijn, wat altijd al staan heeft. En dat is god.

Neem me niet kwalijk hoor, maar dit is toch een klassieke vorm van mystificatie. Ik weet nog dat ik als kind wel eens gesprekken van mijn ouders met een katholieke pastoor, of was het een kapelaan, het ding had in ieder geval een jurk aan of een zwart pak met een witte boord, waar andere pakdragers een stropdas of een strikje droegen. Of die  hun overhemd bij het strottenhoofd niet dicht durfden te knoopten uit angst voor verstikking, opgezet hoofd of over-accentuering van hun onderkin. Deze pastorale werkers, zoals ze later werden genoemd, waren altijd beleefd, praatten altijd zachtjes of op zijn minst ingetogen en hadden op elk denkbare vraag een religieus en soms zelfs een pedagogisch verantwoorde respons. Als er dan een vraag werd gestelde waarop geen enkele mens raad mee leek te weten, dan had de reli-illusionist toch met een ogenschijnlijk verlossend, en zelfs bevrijdend antwoord: “Het is een Mysterie.” Hij sprak het woord ‘mysterie’ dan ook écht uit met hoofdletters. Een beetje oude toon, waarop acteur Bram van der Vlugt in zijn Sinterklaas-rol de Hoofdpiet (politiek correct: de Opper-veegpiet) licht vermanend kon toespreken, als hij weer eens iets niet goed had begrepen of iets niet helemaal goed had gedaan. Zo’n toontje dus. Belerend, zelfingenomen, megalomaan, maar ook: functioneel zéér geïnteresseerd en dito betrokken, teneinde de schaap vooral op de toegewezen plek bij de kudde te houden. Mystificatie.

We weten dat uit niets niets kan ontstaan. Dus als er ooit een tijd was, waarin er helemaal niets bestond, dan zou er ook nooit iets hebben kunnen zijn begonnen te bestaan.

Ja, meneer pastoor, dat klopt. Dat is een correcte observatie. Als er geen stokjes met zwavelkopjes bestaan, hun je ook geen brandje stichten met een lucifer. Bijna een Cruyffiaanse waarheid. Maar dan komt de verpletterende inleiding naar de aankondiging van Het Mysterie:

Maar er bestaan dingen. Iedereen in de kamer knikt. Ik ook. Ook een waarheid als een koe. Zelfs die vermeende waarheid kan onmogelijk in twijfel getrokken. Er bestaan dingen. Ik denk, dus ik besta. Mijn broer denkt ook, dus ja, logisch dat-ie bestaat, langer dan ik zelfs. Mijn niet LP van Pink Floy ook. Heb ik net gekocht. Reken maar dat-ie bestaat. Mijn vader heb ik nog niet kunnen betrappen op gezond nadenken. En toch bestaat-ie! Het leven is niet eerlijk. Hij zal wel af en toe een beetje goeie gedachte hebben. En ja, zonder mijn vader had ik trouwens ook niet kunnen bestaan.

Maar dan komt de mystificatie. De mededeling die leidt naar Het Mysterie. De gedachte, die dogmatische logica waaraan niet getwijfeld mag worden.  Iedereen die er hardop over twijfelt, loopt de kans op de wachtlijst voor de hel te worden geplaatst. Over Lucifer gesproken…. Het Mysterie is de in twee woorden geformuleerde vanzelfsprekendheid, dat de gedachten van ons aller opperwezen natuurlijk niet openbaar zijn, maar waarvan je te allen tijde kunt en moet uitgaan dat die goddelijke gedachten leiden tot intenties en daadwerkelijk gedrag dat in dienst staat van iedere individuele gelovige. Dus ook van mij! Yes!!! Ook van mij.

Maar waarom staat-ie dan toe dat ik een vader heb die me alleen maar tegenwerkt, op iedere denkbare manier. Waarom staat-ie dan toe dat tweederde van de mensheid, miljarden mensen waaronder vele miljoenen kinderen, op ‘Zijn/Haar wereld groeien in perverse armoede en slavernij, en wij, blanke minderheid van de wereldbevolking, kunnen leven in perverse armoede. Sterker nog: in ons blanke streven naar nóg meer welvaarten rijkdom (uit hedonisme, maar ook omdat het economische systeem afhankelijk is van economische groei at all costs: meer, meer, meer,.. ) zijn diezelfde blanken bereid de hele wereld te vernietigen de korte termijnwelvaart te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Genadeloos. Het is even zeer Een Mysterie, waarom een verondersteld aanwezig Opperwezen niet ingrijpt om de totale mislukking van Zijn/Haar schepping af te wenden. Een heel Ander Mysterie dus. De mysterie ten aanzien van wie de creator is van het opperwezen is komt als een blok met lood vermengd beton binnen:

Dus, omdat er nooit absoluut niets zou kunnen hebben bestaan, moet er iets zijn, wat altijd al bestaan heeft. En dat is god.

Wow, hier moet over nagedacht worden! Altijd als iemand een mening of een zelfbenoemde waarheid debiteert, ga ik op zoek naar uitzonderingen of redenen, waarmee ik de mening of die redenering onderuit kan halen. Als kind al. Maar dit was een moeilijke. Temeer omdat de laatste vier woorden het bestaan van een opperwezen lijken te bewijzen. Maar goed beschouwd staat er gewoon: NIETS. In de eerste plaats, omdat de conclusie van de stelling op zijn minst voorbarig is. De stelling is: Er heeft altijd iets bestaan, omdat alleen uit een ‘iets’ een ander iets voort kan komen. De conclusie dat dat dan een god is of moet zijn, kan niet worden getrokken. Waaruit blijkt dat? En dan nog blijft de vraag over, waar het allereerste ‘iets’ uit ontstaan is. Alle religieuze bibliotheken met die ontelbare hoeveelheid boeken over religies (welke dan ook) hebben inhoudelijk gezien één ding met elkaar gemeen: Niemand weet het! Het blijft een geloof, dat voortkomt uit de angst, dat het leven na de dood simpelweg ophoudt te bestaan. Uit angst voor de omstandigheid, dat – mócht er dan tóch iets als een opperwezen bestaan – dat iemand dan wordt afgerekend op zijn/haar structurele a-sociale gedrag of op  de mogelijke vaststelling van iemand dat zijn/haar even totaal mislukt is. Schuldgevoel.

In plaats van energie stoppen in het zoeken naar het opperwezen, doet men er beter aan te onderzoeken hoe je je als mens coöperatief, constructief en duurzaam kunt verhouden tot ieder ander mens en tot de totale ecologie, waarvan we als mens niets meer en minder dan alleen maar deel uitmaken. We zijn die ecologie aan het verwoesten. En waarom we steeds maar weer a-sociale, alles-vernietigende regeringsleiders kiezen: dat is Mijn Mysterie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *